De zomer benutten we als team optimaal om ons nog verder te professionaliseren in het zoeken op water.

Zeeland is rijk aan water, er zijn weinig tot geen vlaktes waar je geen watergang, sloot, weel of drinkput tegenkomt.

En dan hebben we het niet eens over de meren, de Wester- en Oosterschelde.

Vele toeristen, waaronder ook duikers, vanuit verschillende landen bezoeken onze kusten. Vaak zijn ze niet vertrouwd met onze omgeving.

Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat er ieder jaar mensen vermist worden door verdrinking en niet alleen in Zeeland maar ook daarbuiten.

Onze honden worden dan ook gedegen opgeleid om deze vermiste personen in het water te vinden, dit naast het zoeken op vermisten op het land.

Helaas houdt verdrinking in dat er in het water vrijwel altijd gezocht wordt naar een dode.

Al dachten we een aantal jaar geleden dat het voor de hond niet zo uitmaakte of er nu naar levend of dood gezocht werd, daar zijn we op teruggekomen. Wij zien wel degelijk dat vrijwel iedere hond het verschil moet leren. De geur is namelijk anders en zeker als er al veel tijd is verstreken tussen de vermissing en de zoekactie. Honden hebben ook voorkeur voor het vinden van het één of het ander.

Waterwerk vraagt dus om specialisme en duidelijk iets anders van je trainingsopbouw, aanpak, materieel en coaches.

Momenteel liggen de niveaus van de combinaties  ver uiteen en dat maakt de trainingen reuze interessant.

Geleiders met ervaren honden die zoeken vanaf de boot waarbij de drenkeling in diep water ligt, geleiders met onervaren honden die beginnen met het herkennen van de geur en alle niveaus die daartussen liggen.

Extra professionaliseringsdagen met volop mogelijkheden om te zoeken en vinden in het water is dan ook geen overbodige luxe.